Evensong, Vianen

Er wordt medewerking verleend aan een Evensong geheel volgens Engelse traditie. 

Naast de gebruikelijke lezingen, preces, responses and collects zullen o.a. de volgende werken worden uitgevoerd:
  • A Prayer of King Henry VI – Henry ley
  • In Christ there is no east of west
  • Praise, my soul the King of heaven
  • Magnificat and Nunc Dimitis B flat – Charles Villiers Stanford
  • The Lord’s Prayer –  Robert Stone
  • Blessed be the God and Father – Samuel Wesley
  • The day thou gavest Lord is ended

Concert

Cantique de Noel, een kerstconcert in Franse sfeer

‘Cantique de Noël’, een kerstconcert in Franse sfeer

Bijzonder zijn de arrangementen van bekende Franse kerstliederen, door Yves Castagnet, één van de organisten van de Notre-Dame in Parijs. Door Maurice Hooikammer, een oud-leerling van mij op het Meander College, kwam ik met deze componist en arrangeur in aanraking. Castagnet schreef onder meer een arrangement van het lied ‘Il est né le divin enfant’ en Maurice zorgde ervoor dat dit werd gezongen tijdens mijn afscheid als docent muziek op 18 december 2018, toen ik met vervroegd pensioen ging. Maurice kwam dit arrangement tegen op YouTube. Castagnet heeft deze compositie nooit uitgegeven, daarom heeft Maurice, met toestemming van de componist en alleen op het gehoor, de partituur (bladmuziek) uitgeschreven. Hierdoor kon het worden uitgevoerd door een reünistenkoor van 120 oud-leerlingen en het Jeugdsymfonieorkest ‘De Vuurvogel’ o.l.v. Albert Dam. Een zeer indrukwekkend en bovenal ontroerend moment!

We kregen toestemming van Yves Castagnet om vier van zijn arrangementen uit te voeren tijdens deze kerstconcerten. Ook die zijn eveneens nooit uitgegeven. Maurice heeft ook van die werken de partituur uitgeschreven. Ze zijn duidelijk gecomponeerd voor een grote akoestische ruimte zoals de Notre-Dame in Parijs. (Elders in deze nieuwsbrief leest u de bijdrage van Maurice Hooikammer over Yves Castagnet.)

Naast werken van Castagnet bevat het programma composities met diverse muziekstijlen. Over enkele werken vertel ik iets meer.

Neem bijvoorbeeld de renaissancecomponist Guillaume Bouzignac (ca.1587-1643). Van hem zingen we ‘Noe, pastores’. Een bijzondere compositie waarin de engel Gabriel de boodschap van de geboorte van Jezus verkondigt aan de herders. Een sopraansolist zingt de woorden van Gabriel, het koor verbeeldt de herders en hun reactie. Als de engel Gabriel verschijnt zijn de herders heel erg verbaasd en dat wordt in dit motet prachtig verklankt. Klik hier om het werk te beluisteren.

Het ‘Ave Maria’ van Camille Saint-Saëns (1835-1921) is een werk voor koor en orgel. Saint-Saëns, de componist van het bekende ‘Carnaval des Animeaux’ schreef op deze beroemde tekst een zeer indringende compositie. Verstilling en uitbundigheid wisselen elkaar af. In het tweede deel moduleert hij naar verschillende toonsoorten waardoor de compositie blijft verrassen. Aan het eind keren we terug naar de verstilling van het begin. Klik hier om het werk te beluisteren.

Francis Poulenc (1899-1963)is een andere grootheid in de Franse muziekgeschiedenis. Hij schreef veel werken voor koor. Beroemd zijn de vier paasmotetten en de vier kerstmotetten. Van deze ‘Quatre motets pour le temps de Noël’ zingen we de twee eerste delen. Bijzondere muziek waarin de welluidende harmonieën (consonanten) en wrange harmonieën (dissonanten) elkaar voortdurend afwisselen. Vaak zeer toegankelijk maar soms klinkt het ook schrijnend. Door die afwisseling zijn deze motetten een ware uitdaging voor het koor én voor het publiek. Het eerste motet ‘O magnum mysterium’ wordt gekenmerkt door een mystieke inleiding, die diverse malen terugkeert. Het mysterieuze wonder van de geboorte van Christus wordt muzikaal uitgebeeld door de eerste akkoorden en vervolgens door de hoge inzet van de sopranen. Een prachtige en spannende compositie! Klik hier om het werk te beluisteren.

De Franstalige Belgische componist François-Auguste Gevaert (1828-1908) begon zijn loopbaan in Brussel. Via diverse omzwervingen kwam hij in Parijs terecht waar hij van 1853 tot 1871 (o.a. als directuer van de Opéra, het belangrijkste operahuis van Europa) gewerkt heeft. De Frans-Duitse oorlog maakte een eind aan zijn succesvolle carrière in Parijs en kwam hij terug naar België.
Zijn ‘Chanson joyeuse de Noël’ klinkt, zoals de titel al zegt, vrolijk. In dit koorwerk laat ik de damesstemmen (S1, S2, A1, A2) in afwisseling zingen. Pas halverwege het eerste couplet komen de overige stemmen erbij en wordt het feest compleet.
Met name het woord ‘Noël’ krijgt volop de aandacht. Het wordt uitbundig, drie maal als een uitroep, verklankt. In het tweede couplet wordt de afwisseling in de damesstemmen omgedraaid. Het werk heeft een aanstekelijke melodie die fungeert als een muzikale ‘oorwurm’ die in het hoofd blijft hangen. Klik hier om het werk te beluisteren.

L’adieu des bergers’ is het bekendste koorwerk uit het oratorium ‘L’enfance du Christ’ van Hector Berlioz (1803-1869). Het lied is de opening van het tweede deel waarin de herders afscheid nemen van de heilige familie. Het is een heel romantische compositie met prachtige harmonieuze wendingen. De inleiding en de tussenspelen klinken als muziek van een soort doedelzak, het instrument dat met herders wordt geassocieerd. Klik hier om het werk te beluisteren.

Het programma bevat ook een aantal traditionele Franse kerstliederen. Mooie, pakkende, soms bekende melodieën met soms verrassende arrangementen.

Eén kerstlied, ‘Cantique de Noël’ licht ik er graag uit.

‘Cantique de Noël’ van Adolphe Adam (1803-1856) behoort samen met het ‘Stille Nacht’ van Franz Gruber (1787-1863) tot de geliefdste en meest gearrangeerde kerstliederen.
Adam componeerde dit werk in 1847 voor sopraan (of tenor) en piano op een tekst van Placide Cappeau (1808-1877). Zowel in de klassieke als in de popwereld is dit lied een evergreen en er bestaan tientallen populaire en klassieke arrangementen. De zangerige melodie, het dansachtige metrum en de prachtige harmonieën maken dit beroemde werk tot een onvergetelijk kerstlied. Meestal zijn de arrangementen mierzoet; menigeen heeft daar in de kersttijd blijkbaar behoefte aan.
Klik hier om te luisteren naar de versie van de Italiaanse tenor Andrea Bocelli.

Het arrangement voor koor en orkest van de Engelse componist en dirigent John Rutter (*1945) is misschien wel het bekendste. Hij schreef voor alle drie coupletten een andere zetting. Zeer vocaal geschreven en zeker niet mierzoet. In het laatste couplet werkt Rutter toe naar een gigantische climax. Klik hier om te luisteren naar de opname van de Cambridge Singers onder zijn leiding of kijk hier naar een opname van het Kings College Choir uit Cambridge.

Tijdens dit kerstconcert zingen wij ‘Cantique de Noël’ in de bewerking van de Amerikaanse theoloog en muziekuitgever Charles Lewis Hutchins (1838-1920). Zijn arrangement uit 1916, voor solostemmen in afwisseling met het koor, is zeer toegankelijk. Misschien heeft u de neiging mee te zingen. Dat mag!

Afijn, ik hoop dat u zult genieten van dit unieke kerstconcert.

Martien Hovestad

Yves Castagnet: een parel in de schaduw

Yves Castagnet: een parel in de schaduw

Mijn fascinatie voor zijn muziek begon toen ik met mijn ouders door Frankrijk reed. Zijn Messe Salve Regina stond op. Ik werd diep geraakt door de combinatie van deze onheilspellende, mystieke muziek en de aanblik van een verlaten natuurgebied tijdens invallende schemering. Deze fantastische muziek zou iedereen moeten horen! Maar hij is helaas totaal onbekend en staat in de schaduw van zijn bekende collega Olivier Latry.

Daarop besloot ik om zijn muziek te gaan orkestreren voor symfonieorkest om deze breder toegankelijk te maken. Saillant detail: de eerste noot van het eerste arrangement schreef ik op 15 april 2019. Jawel: de dag van de brand van de Notre-Dame. De foto hierboven is ook van die datum. Je ziet hier Yves Castagnet, die praktisch naast de Notre-Dame woont. Een man die volledig werkt ten dienste van het geloof en die verdriet heeft omdat hij zijn religieuze en muzikale tempel afgenomen ziet worden. Op dit moment is het voortbestaan van de koorschool en de bouw van een nieuw koororgel namelijk financieel onzeker. Met mijn arrangementen wil ik op termijn benefietconcerten organiseren om hieraan enigszins een bijdrage te kunnen leveren. Deze bescheiden man verdient het namelijk om zijn muzikale kunsten voort te kunnen zetten. Zelf heb ik na het voltooien van het eerste arrangement contact met Yves gekregen. Hij was blijkbaar erg tevreden, want inmiddels heb ik een groot deel van zijn muziek toegestuurd gekregen om er arrangementen van te maken voor symfonieorkest.

Natuurlijk heb ik ook geprobeerd het Castagnet-virus op Martien over te dragen en zie hier: er staan een aantal pareltjes van hem op het programma van deze kerstconcerten!
Beste leden van het ZVE: heel veel dank dat jullie deze muziek een Nederlands podium bieden en ik hoop dat jullie er net zoveel plezier aan beleven als ik!
(foto rechts: koordirigent Chalet en Castagnet na de eerste mis na 15 april 2019 in de Église Saint-Germain-l’Auxerrois)

Klik hier om de Messe brève van Yves Castagnet te beluisteren.
(Koor: Maîtrise Notre-Dame de Paris o.l.v. Henry Chalet. Yves Castagnet, orgel)

Maurice Hooikammer

‘Music for a while’ – een toelichting

Music for a while’ – een toelichting

De komende twee concerten hebben als titel Music for a while (muziek voor even). Het programma bestaat uit wereldlijke muziek van componisten uit de Renaissance, Barok, Romantiek en 20e eeuw voor zowel koor a capella als met pianobegeleiding. Pianist is Philine Coops.
Na de prachtige concerten Muziek in Passietijd met Duitse barokmuziek kozen we nu voor een heel ander programma, een groot contrast met het vorige repertoire.
We geven de twee concerten op

  • 21 mei om 16.00 uur in de Plantagekerk in Harderwijk;
  • 22 mei om 11.00 uur in de Grote Kerk in Zwolle (Academiehuis), een zondagochtendconcert.



Klik hieronder op de titels voor meer achtergrondinformatie.

Het concert opent met Wechsellied zum Tanz (uit Drei Quartette op. 31) uit 1863 van Johannes Brahms (1833-1897). Een vrolijk, dansachtig muziekstuk voor vierstemmig koor en piano op een tekst van Johann Wolfgang von Goethe. Het lied kent twee motieven: een dansachtig motief van de ‘onverschilligen’ waar het mee begint, en een wat lyrisch motief van de ‘gevoeligen’ dat halverwege klinkt.

De titelsong Music for a while is een arrangement voor gemengd koor van het beroemde lied van de Engelse barokcomponist Henry Purcell (1658-1695). Het lied heeft een melancholische sfeer. De stemmen vullen elkaar harmonisch aan. De alt-, tenor- en baspartij begeleiden de hoofdmelodie van de sopranen. Het wordt gezongen door een klein ensemble uit het ZVE.

Het lied Efter vinterns bestaat uit twee strofen van een gedicht van de Zweedse dichteres Ulla Liefwental. Ik kwam de tekst tegen bij een goede vriend van mij. Al lezend ontwikkelde zich in mijn hoofd de melodie. Het werd een compositie voor vierstemmig koor met pianobegeleiding en behoort tot de acht composities die ik in coronatijd schreef voor het ZVE. Tijdens de twee concerten klinkt de première.

Thomas Morley (1557of 1558-1602) was een Engelse renaissancecomponist. Zijn Since my tears and lamenting is een melancholische compositie voor vierstemmig koor a capella. Het is een zogeheten madrigaal, een koorwerk op wereldlijke tekst. Dit werk wordt eveneens in een kleine koorbezetting uitgevoerd.

Philine Coops speelt het vijfde deel uit Intermezzi V voor pianosolo van de Zwolse organist en componist Toon Hagen (1959). Ze ontstonden naar aanleiding van het verschijnen en de presentatie van de gedichtenbundel Ephemeride van Colette Noël-ten Holt aan wie de composities werden opgedragen. Haar gedichten beschrijven het winterse karakter van de natuur en de eindigheid van het leven. Intermezzo V  is zeer verstild waarbij de afzonderlijke stemmen in een dialoog met elkaar verbonden zijn. Al meanderend vindt het stuk zijn weg om aan het eind volledig tot rust te komen.

Na deze verstilling zingen de vrouwen van het ZVE het schitterende lied Morgonen van de Zweedse componist Oskar Lindberg (1887-1955). Eenvoud siert de kunst! Kenmerkend is de Scandinavische melancholie. De drie stemmen (SSA) zetten achter elkaar in met een stijgende melodie. Aan het eind klinken de stemmen unisono. Het werk eindigt in alle verstilling.

Genesis is een tekst van Ida Gerhardt (1907-1997). Zij schetst in dit gedicht de ouderdom, niet als een neergang maar als een verandering, waarbij alle waan van de dag op de achtergrond komt. Naarmate de jaren vorderen ontstaat er meer ruimte voor inzicht en beschouwing.

De compositie is voor vierstemmig koor a capella. Het behoort eveneens tot de acht composities die ik in coronatijd schreef voor het ZVE. Tijdens deze twee concerten klinkt de première.

Robert Schumann (1810-1856) was een groot componist in de vroege Romantiek. Hij schreef – evenals Schubert, Mendelssohn en Brahms – diverse werken voor koor met pianobegeleiding. Schumann was gefascineerd van het zigeunerleven nadat hij de gedichten over zigeuners van Emanuel Geibel had gelezen. Het lied Zigeunerleben Op. 29 no.3 uit 1840 is een zeer opgewekte compositie met in het midden enkele passages voor solisten.

The turtle dove van Ralph Vaughan Williams (1872-1958) is een arrangement van een Engels volkslied uit de  18e eeuw. Het oorspronkelijke arrangement werd geschreven voor baritonsolo en piano. Later heeft Vaughan Williams het opnieuw gearrangeerd voor baritonsolo en vierstemmig koor a capella. Het is muziek met een gevoelig karakter. De singer-songwriter Joan Baez zong het in 1960.

Les Barricades mystérieuses van de Franse barokcomponist François Couperin (1668-1733) is een compositie voor klavecimbel. Het is het vijfde deel uit zijn Ordre 6ème de clavecin uit 1717. Les Barricades mystérieuses is een rondo; het kent een hoofdthema dat drie keer wordt afgewisseld met tussenspelen, zoals in een gedicht een refrein na elk couplet terugkeert. Het werk kent niet veel ingewikkelde versieringen en leent zich uitstekend om gespeeld te worden op een moderne vleugel.

De laatste twee composities zijn van de Zweedse componist

Wilhelm Stenhammar (1871-1927).

Sverige is een langzaam koorwerk met een zeer nationalistisch karakter, gecomponeerd voor vier- tot zevenstemmig koor a capella. Het wordt ook wel het tweede volkslied van Zweden genoemd en wordt meestal op oudjaarsavond gezongen.

Aansluitend hoort u het schitterende koorwerk Vårnatt uit 1919. Stenhammar schreef dit werk voor vier- tot zevenstemmig koor. De tekst is een romantische ode aan de warme en liefdevolle lentenachten. Ook hier klinkt de Scandinavische melancholie volop. De pianopartij is niet alleen ondersteunend maar heeft ook een zelfstandige functie. De markante, stijgende melodie van de inleiding komt regelmatig terug. Na de inleiding horen we een vierstemmig vrouwenkoor. Daarna voegen de alten, tenoren en bassen zich bij de sopranen. Aan het slot componeert Stenhammar een enorme climax voor zevenstemmig koor om te eindigen zoals het begon: in alle verstilling.

We heten u graag welkom op één van de concerten op 21 en 22 mei !

Martien Hovestad

Scandinavische liederen

Scandinavische liederen

Samenzang is tot ver in de 20e eeuw nog een belangrijke bron van gemeenschappelijk vermaak geweest en het heeft er de schijn van dat samenzang in Scandinavië het beter uithoudt dan in Nederland. Zo was er tijdens de eerste corona lockdown in Denemarken dagelijks een ochtendlied op tv, waar de dirigent van een van de nationale koren na inzingoefeningen twee liederen uit het nationale repertoire zong. En ieder weekend was er prime time op zaterdagavond een samenzangprogramma met lockdownbijdrages van artiesten en Bekende Denen uit heel het land.

Het soort liederen waartoe ‘Sverige’ behoort, is een 19e eeuws fenomeen. In die tijd kwam met de ideologie van volk en eigen natiestaat ook het idee op dat de onvergankelijke nationale volksidentiteit zowel kon worden gevonden in oude, tot dan toe veronachtzaamde volksliedjes, als een boost kon krijgen met liederen die het eigene bezongen – en dat eigene werd vaak gezien in het typische van de eigen landstreek: “waar de blanke top der duinen schittert in de zonnegloed”.

Daarbij is er een verschil tussen Nederland en veel van de buurlanden: daar moest dat eenvormig eigene zich nog bewijzen. Waar de Nederlandse identiteit zich als Nederlandse identiteit vastzette in de zeventiende eeuw, bestaat België als land sinds 1837, Duitsland werd pas één land in 1871, en buiten Zweden en Denemarken, kwam onafhankelijkheid voor Noorwegen (1905), Finland (1918) en IJsland (1944) (veel) later. Dat zijn andere verhalen dan de officiële erkenning van De Nederlandse Republiek in 1648 en drie jaar onder Frans bewind in de 19e eeuw. Zang kan een belangrijke samenbindende activiteit zijn en in Scandinavië was dat meer het geval, en is daar meer mee gedaan.

In Nederland gaat wat er nog is aan nationale liederen over personen: Willem van Nassau, Piet Hein, Michiel de Ruyter (en van die laatste ken ik niet eens de melodie) en in de verkokerde Nederlandse samenleving hoef ik het clublied van Ajax of ‘De Internationale’ ook helemaal niet te kennen. Maar anderen kennen ‘De Zuiderzeeballade’ of ‘Oerend hard’ ook niet. Daartegenover heeft in ieder geval Denemarken in de vorm van het Folkehøjskolens Sangbog ook een soort nationale standaard voor liedjes en liederen; dit standaardzangboek wordt regelmatig geactualiseerd. Het heeft er de schijn van dat er daarbij een verbinding is gelegd tussen hoge en lage cultuur die in Nederland ontbreekt. Het is hier moeilijk om zonder knipoog werk van André Hazes (sr) te verdedigen.

Dat het in Nederland niet zo snel over de schoonheid van ons land gaat is ook niet zo gek: we wonen per slot bovenop onze eigen vulkaan, prachtig verwoord door Marsman:

En in alle gewesten
wordt de stem van het water
met zijn eeuwige rampen
gevreesd en gehoord.


En terecht:
in ’t wilde water
is hij gebleven
in die novembernacht
voor veertig jaar


of
wordt de vreugde soms vermengd met droefenis
als een schip op zee gebleven is.

Albert van Dongen

J.S. Bach: 415 of 440?

J.S. Bach: 415 of 440?

Bach zingen viel me toen niet mee! Waarom niet? Het tempo was (te) traag en – nog belangrijker – de stemming (toonhoogte) was op A’=440 trillingen per seconde (= Hertz). Die A’ is de zesde toon boven de centrale C, ongeveer middelste toon op de piano.

Een dirigent gebruikt vaak een stemvork of toonvork.  Deze geeft als die wordt aangeslagen,  440 trillingen per seconde en dan hoor je dus de A’. Die moderne stemming (toonhoogte) is internationaal officieel vastgesteld in Londen in mei 1939 door internationale musici en muziekwetenschappers uit Europa en Amerika.

Johann Sebastian Bach leefde echter in de tijd van de Barok. In die periode was de stemming A’=415 hertz, een halve toon lager en dat betekent nogal wat voor de menselijk stem. Als we Barokmuziek uitvoeren met moderne instrumenten zijn deze gestemd op A=440 Hertz (tegenwoordig zelfs wel op A=443 Hertz), dus een halve toon hoger dan in de tijd van Bach. De instrumenten en vooral de strijkinstrumenten werden technisch steeds beter. Een hogere stemming betekende meer kracht in de orkestklank. Dat geldt echter dat niet voor de koorklank! Omdat het koor hoger zingt dan oorspronkelijk werd bedoeld moeten met name sopranen en tenoren zich onnatuurlijk vocaal inspannen. Hiermee wordt ook de sfeer van het koorwerk anders: minder ‘warm’ en onnatuurlijk.

Tijdens mijn conservatoriumstudie kwam ik in aanraking met de Hohe Messe van Bach. Dit grootse werk werd vier keer uitgevoerd door het Bachkoor en orkest o.l.v. Jacques Reuland. Dat was voor ons als studenten/zangers een onvergetelijke ervaring! Maar alles met moderne instrumenten dus op A=440 Hertz. Voor de koorzangers dus een moeizame klus, zelfs voor studenten die zang als hoofdvak hadden, zoals ik. Ik heb toen ervaren dat de Hohe Messe tot de moeilijkste koorwerken in de muziekgeschiedenis behoort.

Niet veel later werd ik lid van het projectkoor Collegium MUSORA in Deventer, dat onder leiding stond van organist en dirigent Jan Kleinbussink. Jan speelde vaak kistorgel in het orkest van Ton Koopman en wist ons de verfijnde kneepjes van het zingen van Bach bij te brengen. Voor het eerst zong ik de muziek van Bach op A=415 Hertz. Het hele koorwerk was dus een halve toon lager: in de originele toonhoogte uit die tijd. Het zong allemaal veel natuurlijker. Wat was dát een verademing!

Met MUSORA hebben we vaak cantates van Bach en een aantal keren de Matthäus Passion uitgevoerd met het professionele barokorkest Florilegium Musicum. Dat orkest speelde met oude instrumenten of kopieën uit de tijd van Bach. De stemming was dus A’=415 Hertz.

Van de cantates van Bach is me voor vooral cantate 106, de Actus Tragicus, bijgebleven. We hebben met MUSORA deze cantate meermaals in Nederland uitgevoerd, maar ook in Kassel, Duitsland. Ik mocht toen de tenorsoli zingen. Wat was ik als (solo)zanger gelukkig met die ‘oude stemming’. Het zong veel ontspannender.

Ook het motet Jesu, meine Freude van Bach hebben we met MUSORA diverse malen in Nederland en in Kassel gezongen en altijd met de ‘oude stemming’. Bach schreef dit werk vocaal zo goed dat je het al na een paar keer zingen bijna uit je hoofd kent – en dat ondanks de vele onderdelen (elf in totaal) en de zo nu en dan lastige harmonische wendingen. Het motet behoort tot de topstukken in de muziekgeschiedenis. Dat komt o.a. door de melodie van het koraal Jesu, meine Freude, geschreven door Johann Crüger.

Op de komende concerten van 19 en 20 maart zingt het ZVE de koorwerken met een barokensemble. Gelukkig kunnen we daardoor alle werken op de originele toonhoogte zingen, dus op A=415 Hertz.

Het ZVE zong cantate 106 ook in 1998. Het motet Jesu, meine Freude zongen we in 1998 en 2004. Toen ook al op A’= 415 Hertz. Nu mag ik beide werken opnieuw met ‘mijn’ zangers uitvoeren. Dat voelt als een eer. Het brengt me terug naar de tijd van het Overijssels Kamerkoor, het Conservatorium Bachkoor en Collegium MUSORA. Mooie, leervolle tijden waren dat, waarvan ik nu nog als dirigent de muzikale vruchten pluk. Met dank aan mijn twee leermeesters, Jacques Reuland en Jan Kleinbussink!

Luistervoorbeelden van motet Jesu, meine Freude – J.S. Bach:

Martien Hovestad

Muziek in Passietijd – een toelichting

Muziek in Passietijd – een toelichting

Muziek in Passietijd is de titel van het concert waar u naar gaat luisteren. We zingen echter geen Passionen, geen werken die betrekking hebben op het lijden en sterven van Jezus. Alle composities zijn oorspronkelijk bedoeld als begrafenismuziek. In de passietijd of veertigdagentijd klinken de grote Passionen van Johann Sebastian Bach veelvuldig in Nederland. Er is geen land ter wereld waar deze traditie groter is. Het ZVE heeft gekozen voor een alternatief: een programma met composities uit de Duitse Barok. Diepgaande muziek met een enorme zeggingskracht en tekstuitbeelding.

Klik hieronder op de titels voor meer achtergrondinformatie.

Het concert wordt geopend met Du aber, Daniel, gehe hin(Trauer Cantate) van Georg Friedrich Telemann (1681-1767). Telemann werkte in Hamburg en gold als de beroemdste componist in Duitsland.

Hij was veel populairder dan J.S. Bach, wiens muziek men ‘te moeilijk’ vond. Hij schreef van 1716 tot 1766 – naast veel andere werken zoals passies en instrumentale muziek – ongeveer 1200 kerkelijke cantates.

De cantate Du aber, Daniel, gehe hin (Trauer Cantate) wordt vaak uitgevoerd in combinatie met de Cantate 106 van J.S. Bach vanwege de instrumentale bezetting en de inhoud. Beide cantates zijn bedoeld voor een rouwplechtigheid.
De cantate opent met een instrumentale sonata, gevolgd door het openingskoor. In het prachtige slotkoor klinken veel pizzicato-noten (getokkeld) waarop het koor in lange notenwaarden de tekst Schlaft wohl, ihr seligen Gebeine zingt. Het doet sterk denken aan het slotkoor uit de Johannes Passion van J.S. Bach: Ruht wohl, Ihr heiligen Gebeine.

Johann Sebastian Bach (1685-1750) is één van de zes motetten die Bach schreef voor begrafenisplechtigheden. Bach componeerde het motet waarschijnlijk in 1723.

Er is echter geen handschrift van hem bekend. Bach schreef zijn belangrijkste motetten voor dubbelkoor; Jesu, meine Freude werd echter voor een vijfstemmig koor geschreven. Het is Bach’s omvangrijkste motet en bestaat uit elf delen. Het in 1653 gepubliceerde kerklied Jesu, meine Freude ligt eraan ten grondslag. De tekst is van Johann Franck, de melodie van Johann Crüger. Het motet is gebouwd op zes coupletten van het kerklied. Ze worden afgewisseld met vijf teksten uit de brief van Paulus aan de Romeinen, hoofdstuk 8, de verzen 1, 4b, 2, 9, 10 en 11.

Na de pauze zingen we eerst Unsere Trübsal, een kort motet van Johann Ludwig Bach (1677-1731). Dat zijn vocale werken bewaard zijn gebleven hebben we te danken aan Johann Sebastian Bach – een verre achterneef van hem – die in 1726 in Leipzig twee missen en achttien cantates van Ludwig uitvoerde.

Unsere Trübsal is een gelegenheidsmotet en waarschijnlijk gecomponeerd voor een begrafenis. De inhoud van de tekst en de manier waarop Ludwig Bach deze heeft getoonzet maken dat zeer aannemelijk.
Het motet begint in een lage ligging in de toonsoort G-mineur. De eerste regel klinkt dan ook somber. Vanaf de tweede zin verandert de sfeer plotseling. Hier klinken, afwisselend in de diverse zangstemmen korte noten die blijdschap uitstralen. Tegelijkertijd klinken op het woord ewige lange noten, om zo de eeuwigheid uit te beelden.

Johann Christoph Bach (1642-1703), de oudste zoon van Heinrich Bach, gold als een groot genie binnen de componistenfamilie Bach. Hij was o.a. leerling van Heinrich Schütz. Hij kende de Italiaanse invloeden op de muziek van zijn tijd.

We weten dat Johann Sebastian Bach veel van zijn motetten heeft uitgevoerd. Dit lied telt zes coupletten. Het ZVE zingt vanavond de coupletten 1, 2, 5 en 6. De melodie en de harmonie zijn van een ongekende eenvoud en schoonheid. In de laatste regel wordt de tekst Welt, gute Nacht vier keer gezongen. Bij de derde keer is er een stijgende melodie met korte noten op het woord Nacht. Alsof Christoph Bach hiermee naar de hemel verwijst.

Heinrich Schütz (1585-1672) was de eerste Duitse componist die met zijn kerkmuziek internationale bekendheid verwierf. Hij studeerde o.a. bij Giovanni Gabrieli in Venetië. Die was beroemd om zijn ‘moderne’ dubbelkorige composities, de zogeheten Cori Spezzati.

Het dubbelkorige motet Herr, wenn ich nur dich habe (SWV 280) is het tweede deel uit de Musikalische Exequien uit 1635. De twee koren worden antifonaal (koor tegen koor) behandeld zoals Schütz geleerd heeft bij Gabrieli. Ze zingen dus afwisselend om pas aan het eind het motet als één achtstemmig koor af te sluiten.

Tot slot zingen we Cantate 106 Gottes Zeit ist die allerbeste Zeit (Actus Tragicus) BWV 106 van Johann Sebastian Bach (1685-1750). Bach schreef deze cantate in 1707 waarschijnlijk ter gelegenheid van een rouwdienst van een oom. Hij was toen 22 jaar oud. Hoe bijzonder is het dat dit jeugdwerk – met zijn grote Passionen – tot de mooiste werken uit de muziekgeschiedenis behoort.

Voor de inhoud liet Bach zich inspireren door verscheidene bronnen: Psalmen (6, 12, 31, 90), Bijbelboeken (Jesaja, Lucas, Openbaringen, Apostelen) en diverse kerkliederen. Het levenseinde en het hiernamaals worden van alle kanten belicht. In alles klinkt het Lutherse geloof door dat alleen het eeuwige leven het ware is.
De cantate kent een bescheiden instrumentale bezetting: twee altblokfluiten, twee viola da gamba’s en een basso continuo (orgel en contrabas), geen violen en altviolen. Dat in tegenstelling tot de meeste cantates van Bach.

In de instrumentale inleiding, de Sonatina, horen we de donkere klank van de gamba’s en de hogere klank van de altblokfluiten. Zouden de gamba’s met hun dalende melodielijnen de aardse wereld verbeelden? En de twee altblokfluiten door hun stijgende melodieën en naar boven gerichte intervallen het hemelse? Zeker weten we dat niet, maar het zou bij Bach zomaar kunnen. Meestal spelen de blokfluiten unisono (dezelfde melodie) maar ze klinken ook wrang als ze om beurten even een eigen melodie krijgen, die zo nu en dan een toon boven de ander klinkt. De tonen liggen dan dicht tegen elkaar aan en klinken wrang (dissonant), maar lossen ook weer op. De melodische wendingen suggereren soms vraagtekens, geduld en verlangen.

Na dit prachtige begin zet het koor in. Hoop en blijdschap voeren de boventoon. De woorden In ihm leben, weben und sind wir (een woord van de apostel Paulus uit Handelingen 17: 28) klinken actief en vitaal, maar dan volgt de berusting. Na een aantal aria’s die soms naadloos in elkaar overgaan klinkt het slotkoor dat vertelt over de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Een monumentaal en kordaat gezongen deel, dat overgaat in een fuga op de tekst Durch Jesum Christum, Amen. Het einde is abrupt, alsof Bach zeggen wil: er valt niets meer aan te doen. Kenmerkend is wel dat de twee blokfluiten het laatste woord hebben.

Aanmelden donateur

Ja, ik draag het ZVE een warm hart toe en meld mij aan als donateur!

Bij een jaarlijkse donatie van ten minste € 30,- ontvangt u als welkomstgeschenk de Psalmen-CD die het ZVE in 2010 uitbracht. Zodra wij uw 1e donatie hebben ontvangen versturen of bezorgen wij uw CD.

(Lees hier ons privacyreglement, waarin wij hebben vastgelegd hoe wij omgaan met de door u verstrekte gegevens).

Graag uw volledige IBAN-rekeningnummer invoeren
Ik wil op de hoogte blijven en ontvang graag de digitale ZVE nieuwsbrief
Ik machtig hierbij het ZVE om het aangegeven bedrag 1x per jaar af te schrijven (tot het donateurschap wordt opgezegd) van rekeningnummer NL35TRIO 0198 4207 65 t.n.v. Zwols Vocaal Ensemble.

Privacyreglement

Privacyreglement Zwols Vocaal Ensemble conform de bepalingen van de AVG (Algemene Verordening Gegevensbescherming)

Gebruikt worden de volgende persoonsgegevens
– (evt.) titulatuur, naam, adres, woonplaats, mailadres
– gezonden mails geopend/aangeklikt/niet geopend
– datum aanvang en einde lidmaatschap
– datum aanvang, verlenging en einde donateurschap /vriend van het koor
– datum aanvang, verlenging en einde van sponsorschap
– datum aanvang, verlenging en einde toezending nieuwsbrief per mail aan derden, niet zijnde donateurs of sponsoren
– deelname of inschrijving voor activiteiten van organisatie
– indien er betaald moet worden: al dan niet betaald en welk bedrag

Doel van de gegevens
– het voeren van de leden-, donateurs- en sponsoradministratie
– het in rekening brengen van de contributie, (toegezegde) donatie of gift/sponsorbijdrage
– het sturen van post aan donateurs of sponsoren
– het sturen van mailberichten of nieuwsbrieven via mail aan donateurs of sponsoren
– het bepalen van de effectiviteit van het bereiken van de donateurs of sponsoren
– het lokaliseren van foute of vervallen emailadressen

Verstrekken gegevens van leden
De vereniging verstrekt geen ledengegevens aan derden.

Privacyverklaring van leden inzake gebruik van foto’s/beelden van kooroptredens
Leden vullen tevens een privacyverklaring in waarin zij aangeven of foto’s/beelden van kooroptredens van het ZVE mogen worden gepubliceerd via de volgende kanalen: de website van het ZVE; de Facebookpagina van het ZVE; het cd-boekje van uit te brengen cd’s; het tekst-/informatieboekje c.q. programma dat wordt uitgedeeld tijdens concerten​

Verstrekken gegevens aan donateurs/vrienden, sponsoren of derden
De gegevens worden niet aan andere donateurs/vrienden of sponsoren verstrekt en ook niet aan derden, tenzij het gaat om wettelijke verplichtingen en in dit geval alleen op een schriftelijk aanvraag en met gerechtvaardigde reden.

Herkomst van de gegevens
De gegevens zijn verstrekt door de leden, donateurs/vrienden of sponsoren zelf, via aanmelding, melding van wijziging door henzelf of door nabestaanden in geval van overlijden. Hetzelfde geldt voor abonnees voor mails en nieuwsbrief via mail.

Bewaren van gegevens
Persoonsgegevens van leden worden bewaard zolang zij lid zijn van de vereniging ZVE. Persoonsgegevens van donateurs/vrienden en (vertegenwoordigers van) sponsoren worden bewaard gedurende de periode van het donateurschap resp. de betrokkenheid als sponsor.

Persoonsgegevens van abonnees van mails en nieuwsbrieven per mail worden bewaard zolang de abonnees deze ontvangen. Indien deze verzending op het verzoek van abonnees of door onszelf wordt beëindigd, worden de gegevens na afloop van 1 jaar na het jaar waarin de verzending is beëindigd, verwijderd.

Privacyverklaring
Op elke uiting wordt een aanduiding gegeven dat een privacyverklaring in te zien is op de website van de organisatie, hoe die te bereiken is en welke gegevensverwerking plaatsvindt.

Het Zwols Vocaal Ensemble laat geen gegevens verwerken door derden: het ZVE verricht zelf zijn administratie.

Zwolle, november 2021

Datum

18 september 2022
Expired!

Tijd

16:00
Grote Kerk Vianen

Locatie

Grote Kerk Vianen
Voorstraat 110, 4132 AT, Vianen